Hulstkamp

De Rotterdamse distilleerderij en likeurstokerij Hulstkamp (voluit Hulstkamp & Zoon & Molijn) heeft ongeveer 200 jaar bestaan. Vanaf 1775 tot 1818 onder de naam: H. en J. Hoogeweegen, van 1818 tot maart 1823 onder de naam: Hulstkamp en Hoogeweegen en tot 1979 als: Hulstkamp & Zoon & Molijn.

De eerste vestiging was de hoek Hofstraat – Coolvest tot 1919, een oppervlakte van pakhuizen en distilleerderijen ± 2800 m2, in 1919 volgde onteigening, waarna men zich in het bekende Hulstkamp gebouw vestigde aan de Maaskade – Noordereiland.

De beginperiode 1775 tot 1818 was zeer moeizaam o.a. door de zwakke gezondheid van de Hoogeweegens en de Franse overheersing die de handel in de weg stond door de “droits réunis”, welke bepaalt dat een handelaar in deze branche minimaal 1 hectoliter in 1 zending kon leveren. Bovendien was de Franse brandewijn, welke de voornaamste grondstof vormde voor her fabriceren der likeuren, wegens het vervoer te land in prijs verdubbeld en was de export voorlopig stopgezet.

Vanaf januari 1818 fuseerde Joannes Hoogeweegen met Jacobus Hulstkamp. Jacobus en zijn broer Willem Hulstkamp zijn reeds voor 1818 bekend als fijnstoker en distillateur aan de Oppert te Rotterdam. Jacobus was een zeer ondernemend man,  naast de likeurstokerij had hij onder de naam Molijn & Hulstkamp nog een aardappelmeel  en stroopfabriek aan de Rotte onder Hillegersberg en voerde een groothandel in suiker, honing en specerijen onder de firma Jacobus Hulstkamp & Co. op de Hoogstraat te Rotterdam.

Vanaf 3 maart 1823 ging de firma verder onder de vertrouwde naam : Hulstkamp & Zoon & Molijn,  Joannes Hoogeweegen trok zich terug  vanwege gezondheidsredenen, maar hield zich nog  wel  bezig met de  groothandel in Arac, Rum en buitenlandsch gedistilleerd. Vanaf 1823 zijn de firmanten: Jacobus Hulstkamp, Jan Lodewijk Hulstkamp, zijn zoon, en de boekhouder Daniel Molijn.

Tot 21 juni 1848 werkten bovengenoemde compagnons samen, waarna zij uit de vennootschap traden en werden opgevolgd door Johannes Hendricus Hoogeweegen en Daniel Jacobus  Molijn (zoon van Daniel) en vanaf 7 februari 1869 (overlijden Joannes ) bleef alleen een Hoogeweegen over in de directie.

Vanaf het prille begin 1775/ 1776 stamt het bekende ornament van de leeuw die steunt op een wapenschild waarop een lelie is afgebeeld en het geheel is afgesloten door het jaartal 1775, (soms uitgescholden voor “aapje”) deze steen was ingemetseld aan de Hofstraat/ Coolvest en is meeverhuisd naar de Maaskade.

Overige vestigingen van Hulstkamp & Zoon & Molijn:

    1892 te Brussel – België
    1918 te Düsseldorf – Duitsland
    1914  West Frankenlandschestraat te Schiedam
    1924  Warschau – Polen – Na de 2e wereldoorlog genationaliseerd
    1932  Zürich – Zwitserland

Alhoewel de fam. Hulstkamp maar kort aan het roer heeft gestaan, bleef de naam gehandhaafd vanwege de oude heer “ Hulstkamp “ geassocieerd met Jacobus Hulstkamp. De officiële beschrijving van dit nieuwe handelsmerk (herkomst niet met zekerheid te achterhalen):

Een bejaard en proevend heer, met half kaal hoofd en ouderwetse favorites; gekleed met een open staande jas, hoog toe geknoopt vest en stropdas, zittende aan een tafel en met de opgeheven rechterhand, die op de tafel rust, een Goudsche pijp met de kop benedenwaarts gekeerd vast houdt. Op de tafel staat bij de rechterhand een kruik, waarop een smalle en  brede etiquette zichtbaar zijn en bij de linkerhand ligt een open geslagen bril, waarachter een pijpensleedje en een komfoor.

Het handelsmerk wordt o.a. aangeduid als: “De oude Hulstkamp” -  “ Mijnheer Hulstkamp” – “De oude heer Van Dordt”. Alleen Duitsland gebruikte een jongere uitvoering van “De oude Hulstkamp”.

Vele bekroningen/ gouden medailles vielen Hulstkamp ten deel, zoals Parijs 1889 – 1890 – 1900. Scheveningen 1892. Oporto 1865. Brussel  1893-1897-1910.

Copyright © 2016. hulstkamp.eu